Het rapport-Wennink schetst een somber beeld van de Nederlandse economie. Maar de onderbouwing daarvan berust op drijfzand. De voorgestelde oplossingen zijn niet veel beter.
Peter Wennink heeft ons machines gegeven die chips kunnen maken van 3 nanometer. Natuurkundige wetten laten zich niet buigen om zo’n doel te bereiken. Maar wie een politiek doel wil bereiken, zal merken dat economische cijfers veel buigzamer zijn dan natuurkundige. En dat is dan ook gebeurd in het Rapport-Wennink. Vincent Karremans had als minister van Economische Zaken geen geduld voor demissionaire zaken, dus vroeg hij de oud-ASML-topman om als een soort Dutch Draghi een analyse van de Nederlandse economie en om oplossingen aan te dragen.
De analyse van de problemen in het rapport is snoeihard.
- In het rapport staat dat de gerenommeerde De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau verwachten dat onze economie op middellange termijn maar 0,5% tot 0,9% groeit.
- Over tien jaar heeft elk gezin 1.700 euro of misschien wel 7.000 euro per jaar minder te besteden als er niks gebeurt.
- De staatsschuld dreigt in 2060 op te lopen tot 234% als er niks gebeurt.
Maar klopt dat ook?
Het cijfer van 0,5% economische groei zou volgens het Wennink-rapport gebaseerd zijn op cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB).
Er is alleen een klein probleem: DNB gééft helemaal geen groeiramingen af die verder gaan dan twee jaar. En de raming die er is voor die jaren, is grofweg het dubbele van wat het Wennink-rapport zijn lezers voorschotelt. Het lijkt erop dat Wennink en co zich baseren op een bijna twee jaar oude DNB-analyse waarin in een ‘gestileerde berekening’, met een ‘veronderstelling’ dat de arbeidsproductiviteit 0,5% per jaar groeit.
Ook het Centraal Planbureau verwacht voor de komende jaren een hogere groei dan de 0,9% die het rapport noemt. Pas begin jaren dertig komt die op het Wennink-niveau.

Dat alles betekent dat het gat dat Wennink schetst tussen de groei die Nederland ‘nodig' zou hebben (1,5-2%) en de verwachte groei (0,5-0,9%) veel in de praktijk veel kleiner is.
Worden we armer?
De koopkracht dan. Die stijgt volgens het CPB tot 2033 met 0,6% per jaar, en dat cijfer houdt er nog geen rekening mee dat mensen bijvoorbeeld promotie of een loonsverhoging krijgen. Dat is iets anders dan de daling van 1.700 euro per jaar die Wennink voorhoudt. Sowieso is die daling opmerkelijk. Ook al groeit de economie met ‘maar’ 0,5%, dan nog zou je denken dat mensen er op vooruitgaan. Tenzij andere partijen in de economie groei afsnoepen ten koste van huishoudens. Precies dat is waar Wennink hiermee rekent.
Hij gaat ervan uit dat de overheid de komende jaren alle leuke dingen gaat doen die op tafel liggen (extra geld voor defensie en klimaat bijvoorbeeld), zonder dat ze de staatsschuld laat oplopen en er bezuinigd wordt. Oftewel: alles moet door extra belastingen voor burgers en bedrijven worden betaald.
Er is alleen een klein probleem: geen enkele politieke partij stelt dit voor. De verkiezingen op 29 oktober gingen er nu juist over: welke partij maakt welke keuzes? Waar moet geïnvesteerd worden, wat laten we even liggen en waar bezuinigen we op? 7,4 miljoen mensen stemden op partijen die hun plannen door het CPB hadden laten doorrekenen en kozen er vaak juist níét voor om alles met belastingverhogingen te financieren. Het scenario dat Wennink dus schetst, staat ver van de politieke realiteit.
Het dalende effect van de koopkracht wordt nog eens extra aangezet, doordat dit per huishouden is berekend. Er komen echter 400.000 eenpersoonshuishoudens bij in die periode, zo verwacht het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het totale inkomen wordt dus gedeeld door een grotere groep, met ook nog eens minder mensen in een huis.
Fat, dumb, happy én in de schulden?
De staatsschuld dan. Die zou 234% bedragen in 2060 ‘bij ongewijzigd beleid’, zo staat in Wenninks rapport. Daarbij baseert het rapport zich wederom op een CPB-raming. Maar dat is raar, want in dat CPB-rapport komt het cijfer 234 helemaal niet voor. Sterker nog, het planbureau stelt dat ‘bij voortzetting van het huidige beleid’ de schuld op 126% uitkomt. Ruim 100% minder, een verschil van ruim 1.000 miljard euro.
Wennink – of zijn rekenhulpjes – zijn hier selectief gaan winkelen in het CPB-rapport.
This article is for subscribers only
To continue reading this article, just register your email and we will send you access.
Subscribe NowAlready have an account? Sign In