Het verdienmodel van de Nederlandse journalistiek is overleden. De papieren krantenabonnementen van babyboomers fungeren feitelijk als een soort trustfonds voor de sector dat elk jaar wat geld uitkeert, maar de sector daarmee ook lui maakt. Ooit raakt die inkomstenbron op en zijn grote redacties niet meer te financieren. Wat komt daarvoor in de plaats?

De ondergang van de papieren krant wordt al jaren voorspeld. En toch is 'ie er nog steeds. In zekere zin lijken kranten zelfs levendiger dan ooit. Ze zijn online veel meer aanwezig, met podcasts, mooie visuals, slimme social media-posts. Steeds meer mensen nemen daardoor een digitaal abonnement op de krant. De jarenlange sanering van redacties lijkt ten einde en er zijn nog tal van krantenredacties waar meer dan 100 journalisten rondlopen.

Maar die schijn bedriegt. De kranten zitten al tot hun knieën vast in het drijfzand.

Is het erg als journalistiek verdwijnt?

De uitgevers van papieren kranten en tijdschriften vormen nog altijd een cruciale schakel in de informatievoorziening van de samenleving. Er werken zo'n 3.400 journalisten die de bulk van de Nederlandse nieuwsgaring verzorgen (ter vergelijking: bij NOS Nieuws werken 462 mensen).

Twee uitgeefconcerns maken de dienst uit in krantenland. Marktleider is DPG dat de Volkskrant, het AD, Trouw en het Parool uitgeeft. Mediahuis is de tweede, met titels als De Telegraaf en NRC.

Vorig jaar verdienden alle uitgeverijen in Nederland samen 1,2 miljard euro. Als je rekening houdt met inflatie is dat een ruime halvering in twintig jaar tijd. Dat is een gigantische klap. Dat de krantenconcerns nog overeind staan, komt voor een groot deel doordat (met name oudere) lezers nog erg verknocht zijn aan hun papieren krant. Daardoor hebben ze de prijzen flink kunnen verhogen. De prijs van een krant is de afgelopen jaren twee keer zo hard gestegen als andere producten.

Dat zorgt voor extra inkomsten voor de uitgeverijen, maar verhoogt ook de drempel voor nieuwe abonnees. Een abonnement op een van de twee grootste kranten van het land - niet eens de meest elitaire kranten - ligt al rond de 600 euro per jaar.

En dat terwijl de lezer - die toch al de hele dag op zijn of haar telefoon zit - precies dezelfde kopij ook digitaal kan verorberen. Voor slechts een kwart van de prijs.

Dat toont meteen het probleem aan. Het aantal digitale abonnees groeit weliswaar rap, maar het geld dat uitgevers met die abonnementen binnenhalen is veel minder. Van de 1,2 miljard euro omzet, komt ruim 900 miljoen euro van papieren abonnementen en papieren advertenties, valt te berekenen op basis van cijfers van branchevereniging NDP.

Te veel ballast

Als de uitgeverijen alleen van digitale inkomsten zouden moeten leven, zouden ze dus nooit zulke grote redacties in leven kunnen houden. Wat daar nog eens bijkomt is dat de uitgeverijen niet alleen journalisten in dienst hebben, maar ook heel veel andere mensen. Mensen die bijvoorbeeld advertenties verkopen, marketing doen, of de kranten drukken. Slechts een derde van wat lezers betalen voor hun krant, gaat daadwerkelijk naar journalistiek. Bij online concurrenten krijgen lezers grofweg twee keer zoveel journalistiek voor hun geld.

Anders gezegd: papieren krantenconcerns verdienen online niet alleen veel minder, ze zijn ook nog eens twee keer zo duur als hun online concurrenten.

De krantenuitgevers weten zelf ook dat het er niet rooskleurig uitziet...

Tagged in: