De verhoging van de AOW-leeftijd lijkt het grootste pijnpunt voor het aanstaande kabinet te worden. Het verzet is groot. Maar het in stand houden van de huidige situatie is vooral aantrekkelijk voor de steeds grotere groep welvarende mensen. Mensen met een zwaar beroep of een zwakke gezondheid betalen de prijs. Ondertussen stijgen de AOW-kosten door. Ingrijpen is dus nodig.


In dit artikel lees je:

  • Hoe problematisch zijn de AOW-uitgaven?
  • Hoe is de stijging van de AOW-leeftijd tot nu toe verlopen?
  • Is het wel praktisch mogelijk mensen met een zwaar beroep te helpen?

Jesse Klaver is vrij rücksichtslos buiten de formatiedeur gehouden door D66, VVD en CDA. Maar deze week pakte de GroenLinks-PvdA-fractievoorzitter het initiatief weer naar zich toe. Waar de andere oppositieleider Geert Wilders met een schot hagel kwam - alles wat Jetten wilde gaan doen, was natuurlijk slecht - schoot Klaver met scherp op de snellere verhoging van de AOW-leeftijd. Het bleek aan te slaan en zorgde er mede voor dat de publieke discussie zich nu vooral focust op één maatregel. De geplande AOW-ingreep lijkt daarmee het eerste grote struikelblok te worden voor de coalitie-zonder-meerderheid.

Het slaat aan bij een bredere sentiment in de samenleving. Een meerderheid van de kiezers (53%) is tegen het plan van coalitie om de AOW per 2033 1-op-1 te koppelen aan een hogere levensverwachting. 25% is het er wel mee eens, bleek uit een peiling van Ipsos.

Bron: Ipsos

De snellere verhoging van de AOW-leeftijd zou asociaal zijn voor mensen met een zwaar beroep, of een zwakke gezondheid. Zij moeten daardoor nóg langer doorwerken, terwijl de eindstreep voor hen al zo ver weg ligt.

Klopt dat ook?

Daarvoor is het van belang om eerst kijken wat het coalitieplan precies inhoudt. De NOS berekende wat het plan van het aanstaande kabinet betekent voor mensen van verschillende leeftijden. Hoe jonger, hoe groter de impact. Zestigers merken er (vrijwel) niets van, iemand van veertig moet naar verwachting één jaar langer wachten tot ze een AOW-uitkering krijgt, op de zeventigste verjaardag. Voor iemand van dertig schuift de finishlijn 1,5 jaar op, tot 71,5 jaar.

Hoe erg is dat voor veertigers? Dat verschilt nogal wat voor opleiding je hebt gedaan. Iemand die aan de universiteit heeft gestudeerd, kan verwachten in goede gezondheid 74 jaar te worden, raamt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). AOW krijgen op je 69ste of 70ste maakt dan niet zoveel uit. Maar wie een praktische opleiding heeft gedaan, is al vijf jaar in slechte gezondheid aan het werken. Nóg een jaar extra werken is dan wel het uiterste vragen van mensen.

Maar de drie groepen hierboven zijn niet even groot. Steeds meer mensen zijn HBO- of universitair opgeleid. Bijna de helft van de mensen van 40 jaar heeft een dergelijke opleiding afgerond. Nog geen 20% heeft basisonderwijs, vmbo, of mbo1 als hoogste diploma.

Als de AOW-leeftijd níét wordt verhoogd, profiteren vooral theoretisch opgeleiden daar dus van en blijft de situatie van veel praktisch opgeleiden zwaar.

Moet de AOW-leeftijd dan wel omhoog?

We zouden natuurlijk met zijn allen kunnen zeggen: niet morrelen aan de AOW is een cadeautje dat we onszelf cadeau doen. Het is misschien niet nodig voor de grootste groep, maar we doen het toch omdat we het ons kunnen permitteren.

Dat hebben we inderdaad lang kunnen doen, maar dat gaat niet langer op. In de afgelopen dertig jaar bleef de AOW-uitgaven als percentage van onze totale economie redelijk stabiel op zo'n 5%. Dat kwam door een combinatie van hoge economische groei, de eerdere verhogingen van de AOW-leeftijd en door de de vele overlijdens tijdens de coronacrisis.

Maar de AOW-uitgaven zijn nu al enkele jaren gestaag aan het oplopen, van 4,5% van onze economie in 2022 tot 4,8% nu en 5,1% aan het eind van dit decennium, zo raamt het Centraal Planbureau.

De komende jaren stijgen daarnaast ook de Defensie-uitgaven (een politieke keuze) en zijn er structurele trends die de schatkist geld kosten. Zoals stijgende zorgkosten en een einde aan het tijdperk van de lage rente, waardoor we meer rente op onze staatsschuld moeten betalen. Alles bij elkaar zijn die AOW-, zorg-, Defensie- en rentekosten in 2030 zo'n 30 miljard euro hoger dan nu. Geld dat ergens gevonden moet worden.

Dat is een gigantisch bedrag. Om het in perspectief te plaatsen: als je dat bedrag met alleen maar bezuinigen zou willen halen, zou je net zoveel moeten snijden als de kabinetten Rutte I (gedoogsteun PVV) en Rutte II (met de PvdA) samen. Als je het wil halen uit extra belastinginkomsten, zouden de BTW-tarieven met 6%-punt omhoog moeten.

Socialisme voor de rijken